de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer

De enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam is een praktisch instrument bij het oplossen van ondernemingsrechtelijke geschillen tussen aandeelhouders, bestuurders en / of commissarissen. De Ondernemingskamer kan op verzoek van een enquêtegerechtigde een onderzoek gelasten naar het beleid en de gang van zaken binnen een rechtspersoon, indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid.

In deze bijdrage zal ik bespreken wie de zogenaamde enquêtegerechtigden zijn, hoe de enquêteprocedure verloopt en welke voorzieningen c.q. maatregelen de Ondernemingskamer eventueel kan treffen.

de enquêtegerechtigden

Partijen die bevoegd zijn tot het indienen van een verzoekschrift zijn limitatief opgesomd in de artikelen 2:346 en 2:347 BW. Allereerst is dat de rechtspersoon zelf – door het bestuur of de raad van commissarissen. Ook kunnen aandeelhouders en certificaathouders een verzoekschrift indienen:

  • bij een geplaatst kapitaal van maximaal € 22,5 miljoen:
    één of meer houders van aandelen of van certificaten van aandelen, die alleen of gezamenlijk ten minste 10 % van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen;
  • bij een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen:
    één of meer houders van aandelen of van certificaten van aandelen, die alleen of gezamenlijk ten minste 1 % van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.

Een enquête kan niet rauwelijks worden verzocht. Voorafgaand aan het indienen van een enquêteverzoek dienen de bezwaren tegen het beleid kenbaar te worden gemaakt aan de rechtspersoon. De rechtspersoon moet een redelijke termijn worden geboden om de bezwaren te onderzoeken – en naar aanleiding daarvan de nodige maatregelen te treffen.

de procedure

De Ondernemingskamer zal een onderzoek gelasten als er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid. De gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid kunnen betrekking hebben op het bestuur, maar ook op andere organen van de rechtspersoon. Als de Ondernemingskamer een onderzoek gelast, wordt een onafhankelijk deskundige aangewezen. De Ondernemingskamer kan onmiddellijke voorzieningen treffen, indien daarvoor een redelijke en voldoende dringende grond bestaat. Te denken valt (onder andere) aan schorsing van de bestuurders of het tijdelijk ontnemen van stemrecht aan bepaalde aandeelhouders. Deze voorzieningen kunnen ten hoogste voor de duur van het geding worden getroffen.

Het onderzoek door de onafhankelijke deskundige vormt de kern van het enquêterecht. Het is aan de Ondernemingskamer om te bepalen of de uit het onderzoek van de onafhankelijke deskundige gebleken feiten wanbeleid van de rechtspersoon opleveren. De Ondernemingskamer kan bepalen dat bepaalde personen verantwoordelijk zijn voor dat wanbeleid. De vaststelling dat sprake is van wanbeleid is ook bindend in andere procedures, in ieder geval voor de personen die in de enquêteprocedure zijn verschenen. De Ondernemingskamer is echter niet bevoegd een oordeel te geven over de persoonlijke aansprakelijkheid van de personen ten aanzien van wie de Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat zij verantwoordelijk zijn voor het geconstateerde wanbeleid.

de voorzieningen

Indien uit het verslag van de onafhankelijke deskundige blijkt van wanbeleid, dan kan de Ondernemingskamer op verzoek van de oorspronkelijke verzoekers (of andere enquêtegerechtigden, indien het verslag voor hen ter inzake is gelegd) één of meer van de in artikel 2:356 BW genoemde voorzieningen treffen:

  • schorsing of vernietiging van een besluit van de bestuurder, van commissarissen, van de algemene vergadering of van enig ander orgaan van de rechtspersoon;
  • schorsing of ontslag van één of meer bestuurders of commissarissen;
  • tijdelijke aanstelling van één of meer bestuurders of commissarissen;
  • tijdelijke afwijking van de Ondernemingskamer aangegeven bepalingen van de statuten;
  • tijdelijke overdracht van aandelen (ten titel van beheer);
  • ontbinding van de rechtspersoon.

De opsomming van de voorzieningen in artikel 2:356 BW is limitatief. Zij kunnen een tijdelijk of definitief karakter hebben.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.